
Jurisprudentie
AT3060
Datum uitspraak2005-03-10
Datum gepubliceerd2005-04-04
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/3146 CSV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-04-04
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/3146 CSV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Geen doorbreking appèlverbod.
Uitspraak
04/3146 CSV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 2 september 2004 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door drs. M.C.J. van Ansenwoude-Buijk, werkzaam bij LTB Adviseurs en Accountants B.V. te Haarlem, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 april 2004, reg. nr. 00/1668, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak van de Raad heeft drs. van Ansenwoude-Buijk bij brief van 18 oktober 2004 namens opposante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 27 januari 2005, waar opposante is verschenen bij haar vennoot de heer [naam vennoot], bijgestaan door drs. van Ansenwoude-Buijk, en waar geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 2 september 2004 berust hierop, dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet, geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen een uitspraak van een rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb.
Voor kennisneming van een appèl in weerwil van deze bepaling kan echter grond bestaan, indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is.
Anders dan opposante heeft aangevoerd is van een dergelijke schending is geen sprake enkel omdat een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Awb wordt toegezonden aan de gemachtigde van de betrokkene, maar niet aan de betrokkene zelf.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter en mr. R.C. Stam en mr. P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M. Renden.

